AFM komt met leidraad voor boeterente




Door Tom Ehren

AFM komt met leidraad voor boeterente

Afgelopen week heeft de AFM een nieuwe leidraad vergoeding voor vervroegde aflossing van de hypotheek uitgebracht. In deze leidraad geeft de AFM aan hoe het financieel nadeel bij vervroegde aflossingen op een adequate manier kan worden berekend. De te betalen vergoeding voor vervroegde aflossing moet volgens de AFM transparant, eerlijk en maximaal een weergave van het werkelijk geleden nadeel zijn. 

Aanleiding voor de leidraad is de op 14 juli 2016 geïmplementeerde nieuwe hypothekenrichtlijn, de Mortgage Credit Directive (MCD) in de Wet op het financieel toezicht (Wft), het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) en het Burgerlijk Wetboek (BW). In artikel 81c, tweede lid BGfo is opgenomen dat de aanbieder van hypothecair krediet geen vergoeding mag rekenen voor vervroegde aflossing die hoger is dan het financieel nadeel dat de aanbieder heeft bij vervroegde aflossing. 

Om geldverstrekkers handvatten te geven om hier mee om te gaan is er een leidraad gepubliceerd met daarin een aantal uitgangspunten welke voldoen aan de hierboven genoemde normen. 

Ten eerste moet de vergoedingsgrondslag worden bepaald. Dit is het bedrag dat de klant wil aflossen verminderd met het bedrag dat jaarlijks boetevrij mag worden afgelost. Stel de klant heeft een hypotheek van € 250.000,- en mag jaarlijks 10% van de hoofdsom boetevrij aflossen dan wordt de boeterente berekend over € 225.000,-. 

Ten tweede wordt gekeken naar de vergelijkingsrente. Dit is de contractrente (bijvoorbeeld 6%) van een hypotheek met een looptijd vergelijkbaar met de resterende rentevast periode (bijvoorbeeld 8 jaar). Mocht de geldverstrekker geen vergelijkbare looptijd hebben dan kiest men de hoogste naastgelegen rente. In dit voorbeeld heeft de klant dus nog een resterende rentevast periode van 8 jaar en de aanbieder heeft geen 8 jaars rente maar wel een 10 jaars rente, dan neemt men de 10 jaars rente (vergelijkingsrente bijvoorbeeld 2,5%). De vergoeding wordt vervolgens berekend op basis van het verschil 6 minus 2,5= 3,5%. De vergelijkingsrente moet door de aanbieder worden gebaseerd op de rentetarieven die gelden voor nieuwe en bestaande klanten die hun rentevast periode willen verlengen. Als de aanbieder de naast slechtere rente zou nemen dan kan de vergoeding hoger uit vallen dan het financieel nadeel en dat is niet wenselijk. 

De derde stap is de impact van Loan to Value (LTV). De Loan to value is de verhouding van de hypotheekschuld t.o.v. waarde van de woning. Indien de LTV op het moment van aflossen lager is dan bij het afsluiten dan  mag de klant hier geen nadeel van hebben door een lager tarief van de LTV te hanteren voor de vergelijkingsrente, de LTV dient consistent toegepast te worden. Ook hier wordt over duidelijk dat het klant belang centraal moet staan. 

De laatste stap is de toekomstige (fictieve) aflossingen van de klant meenemen in de berekening van de vergoeding. 

In het geval van een (bank)spaarhypotheek moet de toekomstige contractuele kapitaalopbouw tot moment van oversluiten in de spaarrekening als fictieve aflossing worden beschouwd. Met andere woorden bij een spaarhypotheek van € 200.000,- een vergoedingsvrijeruimte van 10% en een opgebouwd spaarkapitaal van € 30.000,- bedraagt de vergoedingsgrondslag € 150.000,-. Overigens is het nog maar zeer de vraag of je bij een lagere rente in geval van een spaarhypotheek als consument beter af bent, maar dat zal per situatie bekeken moeten worden. 

Wat levert de nieuwe leidraad uiteindelijk op? 

Aan de systematiek van berekening voor het bepalen van de hoogte van de boeterente verandert niets. Dus ook de rekenservices in het Omniplan Personal Finance Platform wijzigen niet. Voor geldverstrekkers geldt dat ze richtlijnen hebben gekregen en die zijn vooral verhelderend bij de uitgangspunten 2,3 en 4.

De adviseur zal vooraf nauwkeuriger de boeterente kunnen bepalen en daarop zijn advies afstemmen. En de consument ontvangt een onderbouwde en transparante berekening waarmee de grootste discussies over de hoogte van de boeterente tot het verleden behoren.

De nieuwe leidraad voor boeterente zal hypotheekverstrekkers de nodige extra werkzaamheden bezorgen. De banken hebben namelijk toegezegd alle klanten die na 14 juli 2016 hun hypotheek hebben overgesloten te benaderen en een nieuwe berekening uit te voeren. Een mooie kans voor de banken om zich van hun beste kant te laten zien. Een aandachtspunt voor consumenten is zich te  realiseren dat een eventuele compensatie het volgend jaar óók gevolgen kan hebben voor de belastingaangifte 2017. Indien de volledige aflossing al in 2016 heeft plaatsgevonden. Aangezien er dan dit jaar een hogere aftrekpost is opgevoerd dan uiteindelijk is toegestaan zal dit het komende kalenderjaar weer gecorrigeerd moeten worden. 

 

 

Over of uit

Lees verder
Loading…