The devil is in the default



Door Edwin Hesp

The devil is in the default

 

“Slechts een kleine minderheid van de werknemers hecht aan keuzevrijheid.” Deze quote was eind maart te lezen op InFinance in een artikel over keuzevrijheid in pensioen. De meerderheid van de respondenten heeft geen moeite met het uitbesteden van alle pensioenzaken aan een pensioenuitvoerder, of met standaardkeuzes die leidend zijn, aldus Netspar. Wat schuilt hierachter?

 

Vrijheid versus vertrouwen

Een opvallende uitkomst van de studie is dat de minderheidsgroep weinig vertrouwen heeft in zijn pensioenfonds of minder solidair is met andere deelnemers. Dat roept bij mij de vraag op of er bij deze groep daadwerkelijk behoefte is aan keuzevrijheid (of hoe groot die behoefte nu werkelijk is). Hieruit spreekt eerder een behoefte aan vertrouwen. Scoort men nog steeds in dezelfde mate op de behoefte aan keuzevrijheid als het vertrouwen in het pensioenfonds toeneemt?

 

Uitstel is afstel

Deelnemers aan de studie is gevraagd naar keuzevrijheid in de pensioeninleg, voortijdige opname van pensioenvermogen, in het pensioenfonds, in het pensioenpakket en in het beleggingsbeleid.

Als uit onderzoek van AEGON blijkt dat ruim 60% huishoudelijke taken en bijna 30% zelfs de tandartsstoel ‘verkiest’ boven financieel plannen dan is de lage score voor keuzevrijheid op bovenstaande onderdelen niet bepaald een eyeopener. Hoofdzakelijk een resultante van de neiging van mensen om ingewikkelde keuzes te vermijden.

 

Defaults dicteren

De uitkomsten van de studie kunnen betekenen dat standaardkeuzes, ook wel defaults genoemd, leidend worden in een pensioencontract. Met die defaults is echter iets aan de hand. Mensen willen de bestaande situatie liever niet veranderen als ze eenmaal een keuze hebben gemaakt. Als we eenmaal een keuze hebben gemaakt zijn we geneigd hierbij te blijven. Dit werkt echter ook zo als de keuze door een ander is gemaakt. Een tweetal voorbeelden, beschreven door Anna Dijkman en Chris Zadeh, maken dit duidelijk.

 

Default dekking

In de jaren negentig moesten automobilisten in de staten New Jersey en Pennsylvania kiezen tussen twee soorten autoverzekeringen, een goedkope en een dure. New Jersey bood de goedkope standaard aan en in Pennsylvania werd de dure als standaard aangeboden. In New Jersey koos 80% voor de goedkope. In Pennsylvania koos 75% voor de dure optie. De beide defaults verschilden fors in premie maar actie ondernemen om over te stappen bleef grotendeels uit. De default dicteert.

 

Een default investering

Een groep studenten kreeg fictief een erfenis met de keuze tussen drie investeringsopties: aandeel A (groot risico en hoog potentieel rendement), aandeel B (gemiddeld risico en gemiddeld potentieel rendement) en staatsobligaties (laag risico en vrijwel gegarandeerd rendement).

 

Indien de groep studenten een geldbedrag als erfenis ontvingen koos 33% voor staatsobligaties, bijna 40% voor aandeel B en een kwart voor het risicovolle aandeel A. Indien de studenten als erfenis het risicovolle aandeel A ontvingen koos de helft, dus twee keer zoveel studenten, ervoor dit aandeel te houden.  Alles was hetzelfde behalve de uitgangssituatie. De default dicteert.

 

Conclusie

Leidende defaults in pensioencontracten zijn voor een pensioenfonds, met efficiëntie in het achterhoofd, uiteraard handig. Veel belangrijker, wetende dat slechts enkele deelnemers de defaults zullen aanpassen, is het bieden van defaults die ook echt het belang van de deelnemer behartigen en niet de performance fee van de fondsbeheerders. En zorg dat de deelnemer de werking van de defaults echt begrijpt. Daar kunnen de Wet Pensioencommunicatie en de pensioenadviseurs mooi hun steentje aan bijdragen.

Het doel van Alice

Lees verder
Loading…